God spreekt
De man fluisterde: God, spreek tot me.
En een leeuwerik begon te zingen.
Maar de man hoorde het niet.
Dus de man riep: God, spreek tot me.
En er kwam onweer en weerlicht in de lucht.
Maar de man luisterde niet.
De man keek rond en zei: God, ik wil u zien.
En er verscheen een stralende ster aan de nachtelijke hemel.
Maar de man zag het niet.
En de man schreeuwde: God, laat me een wonder zien.
En een nieuw leven werd geboren.
Maar de man merkte het niet op.
Daarom riep de man wanhopig: God, raak me aan, opdat ik weet dat u bestaat.
Waarop God zicht uitstrekte en de man aanraakte.
Maar de man wuifde de vlinder weg en liep weg.
